MENU
Gratis uitproberen
(zonder verplichting)

Inkomstenbelasting

De eerste schijf gaat voor alle belastingbetalers met 0,05% omhoog. Het tarief van de tweede en derde schijf wordt verlaagd van 42% naar 40,15%. Voor AOW-gerechtigden wordt de tweede schijf verlaagd van 24,1% naar 22,25% en de derde schijf eveneens naar 40,15% (was 42%). De hoogte van de vierde schijf verschuift naar € 66.421 (2015: € 57.585). Het tarief in de vierde schijf blijft 52%.

De algemene heffingskorting gaat omhoog naar € 2.230 en voor AOW-gerechtigden naar € 1.139. De stapsgewijze afbouw van de algemene heffingskorting vindt versneld plaats; van 2,32% naar 4,796%. De minimale algemene heffingskorting wordt in 2016 afgeschaft. Dit betekent dat inkomens boven de € 66.000 geen recht meer hebben op algemene heffingskorting.De arbeidskorting wordt verhoogd naar € 3.103 (was € 2.220). Tevens voorziet het plan in een verhoogde inkomensafhankelijke combinatiekorting van € 2.152 naar € 2.769 en een verhoging van de ouderenkorting met € 145.

De arbeidskorting wordt verhoogd naar € 3.103 (was € 2.220). Tevens voorziet het plan in een verhoogde inkomensafhankelijke combinatiekorting van € 2.152 naar € 2.769 en een verhoging van de ouderenkorting met € 145.

Het forfaitair rendement op het vermogen in Box III, wordt vanaf 2017 verlaagd naar 2,9% (thans 4%) op het vermogen tot € 75.000, na aftrek van een vrijstelling van
€ 25.000 (thans € 21.330) per persoon. Voor belaste vermogens tussen € 75.000 en € 975.000 bedraagt het forfait 4,7% en boven deze grens is het forfait 5,5%. Over het forfait wordt 30% belasting geheven. Deze maatregel is gunstiger voor de kleine spaarders.

Verplichtingen met betrekking tot kinderalimentatie zijn vanaf 2017 niet langer aftrekbaar in box III. In 2015 en 2016 kan de contante waarde van deze alimentatieverplichting nog als ‘schuld’ in box III opgenomen worden.

Close